Burgemeester Pieter Litjens en kweker Siegfried Bunnik over Greenport en Kom in de Kas

"We moeten vaker vlag Greenport Aalsmeer planten"

AALSMEER - Stap gerust de hal en de kas binnen. Kom met eigen ogen kijken naar wat we als tuinbouwsector allemaal doen. Luister met eigen oren naar ons verhaal. Iedereen is van harte welkom. Dat is het motto van Kom in de Kas. In de regio Aalsmeer en omstreken presenteren zich ditmaal op zaterdag 2 en zondag 3 april (10-16 uur) acht bedrijven aan de Mijnsherenweg in Kudelstaart. Voor het eerst verbindt Greenport Aalsmeer zich aan het jaarlijkse laagdrempelige tuinbouwevenement. Een goede, logische stap, vinden burgemeester Pieter Litjens van Aalsmeer, bestuursvoorzitter van Greenport Aalsmeer, en kweker Siegfried Bunnik van Bunnik Vriesea's, een van de deelnemers aan Kom in de Kas. Een interview over het grote belang van Greenport Aalsmeer en over de unieke kans op een kijkje in de keuken tijdens Kom in de Kas.

litjesn en bunnik

Greenport Aalsmeer. Dat is nog geen term die iedereen net zo bekend in de oren klinkt als twee vergelijkbare grootheden, Schiphol en de Rotterdamse haven. "Meer dan die twee bestaat de sierteelt uit vele kleine eenheden," legt Bunnik uit. Dat is altijd zo geweest. "De clusterfunctie waar de greenport zich nu hard voor maakt, is dan ook essentieel voor de profilering van onze sector." Die sector is meer dan de verzameling kassen op diverse plekken in de regio. Het zijn veredelaars, vermeerderaars, kwekers, veiling, exporteurs, tussenhandelaren, toeleveranciers, vervoerders, tuinbouwopleidingen en kennis- en adviesorganisaties die samen de sierteeltbranche vormen.

 Bijna 50.000 banen

Greenport Aalsmeer is volgens Litjens de vlag die op de cluster wappert. In top gehesen door de gemeenten Aalsmeer, Uithoorn, Amstelveen, Haarlemmermeer, Kaag en Braassem en Nieuwkoop, provincie Noord-Holland, sectorvertegenwoordigers en andere betrokken partijen. "Het is alweer een tijdje geleden dat de greenports in het leven zijn geroepen. Het rijk benoemde er een aantal, waaronder Aalsmeer. Er is toen iets gecreëerd wat er in feite al was," zegt hij. "Wat wij als greenport-organisatie doen, is klein, simpel en goedkoop, de sector doet het werk. Wij met zijn allen in de Greenport Aalsmeer dragen dat uit. En dat is méér dan de marketing van de spullen. Het zijn bijna vijftigduizend banen! Nog veel meer mensen eten ervan."

Het Westland, weten Litjens en Bunnik, is op en top tuinbouwgezind. Daar hoef je weinig uit te leggen. In Aalsmeer en omgeving ligt dat anders. Litjens: "In Aalsmeer en Kudelstaart weten de mensen waar het over gaat. Maar Nieuw-Oosteinde heeft veel nieuwe bewoners die veel minder dan voorheen iets met de sector hebben. In Bovenkerk is het de zakelijke en financiële dienstverlening die ze kennen en rond Schiphol de logistieke dienstverlening. Het is moeilijk om het belang van Greenport Aalsmeer overal onder de aandacht te brengen. Maar het is nodig."

Vechten voor hectares

Neem alleen al het ruimtebeslag dat de tuinbouw vergt. "We moeten de claim op hectares sierteeltgrond overeind houden. Ook in tijden van crisis wanneer geen ondernemer wil investeren." Daarnaast wijst Litjens op de ruimtedruk vanuit het logistieke knooppunt Schiphol en door bouwplannen voor uitbreiding van de stadsregio Amsterdam. "Als je wilt dat de functie van de veiling sterk blijft, moet je ter wille van de groothandel dichtbij kunnen beschikken over een dagvoorraad bloemen en planten. We moeten dus voor de hectares vechten. Anders worden ze voor andere doeleinden gebruikt. Als je dan weer ruimte nodig hebt, is die er niet meer."

'Aalsmeer' is volgens Bunnik wereldwijd hét begrip in de sierteelt. Hier gebeurt het en hier is alles aanwezig. "Het aantal kassen in Aalsmeer zelf is afgenomen. Maar er zijn hier en in de omgeving nog steeds productiebedrijven, vooral planten, er zitten veel vermeerderaars, alle handel is er," stelt de kweker vast. "De Mijnsherenweg, waar wij zitten, is een ouder gebied, maar er wordt constant vernieuwd. Dat is noodzakelijk, maar het gebéúrt ook."

Strakke bedrijven

Beiden zien het als winst dat tuinbouwondernemers tegenwoordig ook aandacht schenken aan het uiterlijk van hun bedrijf. "Steeds meer bedrijven zien er mooi en strak uit. Maar dan zonder marmer op de vloer en zonder gouden handgrepen. Er wordt hard gewerkt. Die combinatie typeert de sector," aldus de greenportbestuursvoorzitter. Bunnik: "Tegen geringe kosten kun je er iets hartstikke leuks van maken. Het hoort bij je uitstraling. Als je aan directe verkoop doet en je krijgt een klant aan de deur, wil je die netjes ontvangen."

Dat past goed bij het stevig verbeterde imago van de tuinbouw. De buitenwereld kijkt er beslist positiever tegenaan dan tien jaar geleden. Ook in Den Haag is dat merkbaar. "Twee weken voor de verkiezingen vorig jaar hadden we Mark Rutte op het bedrijf. Jonge mensen willen weer in de groene sector werken. Groen is in. Kom in de Kas draagt bij aan een positief imago, al zijn er nog slagen te maken."

Moderne industrie

Litjens vertelt dat hij vóór zijn komst naar Aalsmeer de sector niet kende. "Zoals veel mensen uit de stad had ik het ouderwetse beeld: mensen die met hun poten in de modder staan." Dat is achterhaald, weet hij inmiddels. De tuinbouw is een moderne industrie die met haar tijd meegaat en zich richt op de eisen die de consument aan bloemen en planten stelt. "Het is vooral lifestyle. Daar moet je je ook op richten, dat is de toekomst. Mensen willen zelf in hun tuin iets tot bloei brengen, ze willen verbondenheid met de aarde," zegt hij.

De tuinbouw kent die verbondenheid van nature. Voor Litjens reden om het een "eerlijke" sector te noemen. "Ik merk ook dat bedrijven al jaren dat doen waar wij ons als Greenport Aalsmeer hard voor maken. Zoals op het gebied van duurzaamheid, energie, water, milieu. Allemaal dingen die wij als politiek belangrijk vinden. Ondernemers wachten niet, ze dóén."

Bunnik kan dat beamen. "De sector is echt groen en echt duurzaam. En we zijn intussen professioneler geworden. Mijn vader had vier medewerkers die allround waren. Nu hebben we alle disciplines die bij een volwassen bedrijf nodig zijn."

Sprekende voorbeelden genoeg

Kom in de Kas is in Bunniks ogen de gelegenheid bij uitstek om te laten zien wat de tuinbouw kan en doet. Aan de Mijnsherenweg zijn het niet alleen planten- en bloemenkwekers die de deuren openen, ook veredelaars én groenten- & fruitexporteur Levarht. Bovendien zal Greenport Aalsmeer present zijn. Bunnik herinnert zich hoe het twee jaar geleden toeging bij Kom in de Kas in De Kwakel, waar hij een nevenvestiging heeft. "Dat was fantastisch. Mensen komen naïef binnen en gaan enthousiast naar huis. Het is ook een leuk verhaal dat je vertelt. Je legt een stukje bedrijfsproces uit en geeft aan dat bloemen de hele wereld over gaan en planten heel Europa. Het is goed als sector zo meer bekendheid te krijgen."

mijnsherenweg kidk

Meisje tussen de kleurrijke presentatie van bromelia's bij Bunnik Vriesea's.

Greenport Aalsmeer lift mee op het verbeterde imago. Maar het samenwerkingsverband van alle sierteeltspelers in de wijde omtrek is er daarmee nog niet. Bestuursvoorzitter Litjens: "Wat we méér moeten doen, is de vlag 'Greenport Aalsmeer' planten. We moeten het begrip voor onze greenport laden met sprekende voorbeelden. En ze zijn er genoeg: innovatieve bedrijven, duurzame bedrijven, bijzondere bedrijven. Het is een dynamische sector die een enorme hoeveelheid werk verzet. Veel mensen hebben daar geen idee van. Voor hen is een bezoek aan Kom in de Kas hartstikke goed."

 

 

Reacties op dit nieuwsbericht

Er zijn geen reacties geplaatst
 

Reageer op dit nieuwsbericht